De ALB - Voorgeschiedenis

Duitsland: de bakermat van het naturisme. © Sonnenstrahl (1949)

Het naturisme zoals we dat nu kennen, vindt haar oorsprong aan het eind van de 19e eeuw in Duitsland. Als reactie op de kleinburgerlijke moraal van die tijd, ontstaat er een intellectuele beweging, de Freikörperkultur Bewegung (FKK), welke ijvert voor een gezonder, zonniger en waardiger bestaan. Uitingen daarvan zijn het dragen van lossere kleding, gebruik van reformvoeding, natuurgeneeskunde en het blootstellen van het naakte lichaam aan lucht, water en zonlicht. De naturistische gedachte krijgt al in een vroeg stadium bijval in Frankrijk. Ook in Nederland experimenteren rond de eeuwwisseling al enkele intellectuelen met het naturisme, zoals de schrijvers Frederik van Eeden en Herman Gorter.

 

Begin 20e eeuw raakt het naturisme langzaam bekend in Nederland. Dit is vooral te danken aan de Duitse FKK-publicaties die ook in Nederland gelezen worden. In de loop van de jaren twintig worden verscheidene Nederlanders lid van Duitse FKK-verenigingen. Zo ook de Haarlemmer Ewout Spiering. Via de Duitse FKK-pionier Richard Ungewitter komt hij in contact met Fokko van Till uit Soest. Samen richten zij in 1926 de VLK, de Vrije-Lichaams-Kultuur-beweging op. Van Till ontpopt zich nadien tot de leider van deze beweging. Het huis en de tuin van Van Till fungeren als ontmoetingsplaats. Later betrekt de VLK ook nog een terrein in Laren, genaamd Swanhein.

Via ontmoetingen in Soest en Laren en via het VLK-blad "Intergraal Leven" betrekt de VLK tot 1934 honderden mensen bij het naturisme. Hoewel de VLK bij de oprichting zuiver naturistisch georiënteerd is, maar a-politiek, raakt met name Van Till in de loop der tijd gefascineerd door het Duitse nationaal socialisme en wil hij, parallel aan de ontwikkelingen in bepaalde FKK-geledingen in Duitsland, alleen nog mannen en vrouwen van arische komaf tot de VLK toelaten. In 1934 heft de VLK zichzelf na geëscaleerde interne conflicten op.

 

Leden van de Bond van Lichtvrienden op het gehuurde terrein bij Hollandsche Rading (1932).

 

In 1931 wordt de Bond van Lichtvrienden opgericht. De bond is op socialistische leest geschoeid en stelt dat socialisme en naturisme in elkaars verlengde liggen. De bond neemt afstand van de dwingende regels van de FKK en laat het aan het individu over om daar al dan niet voor te kiezen. Deze opvatting wordt in latere tijden overgenomen door de lichtbonden. De lichtvrienden trekken er samen op uit in de natuur om daar het naturisme te bedrijven. Ook publiceert de bond brochures over naturisme. De lichtvrienden verkiezen de vrije natuur boven een vast terrein. Slechts voor een seizoen huurt de bond een terrein in Hollandsche Rading. Op het hoogtepunt, eind jaren 30, heeft de bond zo'n honderd leden. Direct na de Duitse bezetting in 1940 stopt de bond van Lichtvrienden uit veiligheidsoverwegingen al haar activiteiten.

De derde vooroorlogse naturistenbeweging is de groep Vernieuwing. Binnen deze beweging is ook Harry Dissen, de latere medeoprichter van Zon en Leven, actief. De groep Vernieuwing is dan ook te beschouwen als de voorloper van Zon en Leven.

 

Harry Dissen heeft in de jaren 20 een tijd in Frankrijk gewoond en is daar in aanraking gekomen met de naturistische beweging Trait d'Union. Het gedachtegoed van deze beweging, een verfijnde uitwerking van de FKK-gedachte, wordt dan ook overgenomen door de groep Vernieuwing (en trouwens later ook door Zon en Leven). De leden van Vernieuwing ontmoeten elkaar tijdens de weekenden bij elkaar thuis en in jeugdherbergen en organiseren kampeerkampen en trektochten in de natuur. Ook beschikt Vernieuwing over een uitgebreide bibliotheek. In 1939 koopt Harry Dissen samen met Vernieuwingslid Cor Kramer een stuk grond op de Veluwe bij Hoenderloo en stichten zij het terrein Lichtland. De aanhangers van Vernieuwing werken en recreëren twee jaar op Lichtland, totdat de Duitsers het terrein in 1941 voor militaire doeleinden vorderen. Het verlies van Lichtland luidt het einde van de groep Vernieuwing in. In 1943 houdt de groep, vooral ook vanwege de steeds problematischer wordende situatie in bezet Nederland, op te bestaan. Na de oorlog blijkt het terrein te erg verwoest om weer te kunnen dienen als naturistenterrein.

In de herfst van 1945 komt een groepje naturisten, dat elkaar nog kent van voor de oorlog, bij elkaar om over de toekomst te spreken. Een van de initiatiefnemers is Harry Dissen, een dan al legendarisch figuur, vanwege zijn vooroorlogse verdiensten voor het naturisme. Het blijkt dat er een brede behoefte bestaat om weer een naturistische beweging op te richten. Men gaat hiermee druk aan de slag en in het voorjaar van 1946 wordt het Verbond van Nederlandse Naturisten "Stichting Zon en Leven" opgericht. Bij de oprichting neemt Zon en Leven zich voor de traditionele uitgangspunten van het zuivere naturisme a la de Trait d'Union trouw te blijven.

 

Tabak, alcohol en vlees zijn er taboe. In de eerste jaren sticht Zon en Leven twee terreinen: de vier Elementen en Gravingen. Later groeit Zon en Leven uit tot een grote vereniging met negen terreinen.

Tot begin jaren 50 is Zon en Leven de enige naturistenvereniging van Nederland. Die hegemonie wordt doorbroken door het ontstaan van de meer vrijzinnige lichtbonden, gevolgd door allerlei andere naturistenverenigingen.

 

In de jaren 70 maakt het naturisme een ware bloeiperiode door. Nadat de Amsterdamse Nel Quist zich op het strand van Callantsoog laat bekeuren voor naaktloperij en daarmee een proefproces uitlokt, krijgt Callantsoog op 27 april 1973 als eerste Nederlandse badplaats een officieel naaktstrand. In rastempo wijzen daarna vele andere Nederlandse gemeenten gebieden aan waar je naakt mag recreëren. De vermaatschappelijking van het naturisme betekende voor naturistenverenigingen evenwel een vermindering van leden. Mensen waren voor hun naaktrecreatie immers niet langer aangewezen op een naturistenvereniging.

Vandaag de dag is het beeld van naturistenverenigingen tweeledig. Sommige verenigingen zien zich geconfronteerd met een krimpend en vergrijzend ledenbestand. Andere naturistenverenigingen groeien en verjongen (weer). Verenigingen uit de tweede categorie hebben hun succes veelal te danken aan het feit ze tijdig het roer hebben omgegooid. Meer aandacht voor lekker genieten van naaktrecreatie en de vrije natuur, minder aandacht voor dogma’s.

Nel Quist bij de opening van het naaktstrand van Callantsoog in 1973.

Geraadpleegde bronnen:

  • Bert Evenhuis, Het naakte bestaan (naturisme/nudisme: een levenshouding), uitgeverij Bert Bakker (1964).
  • Leonard de Vries, Zo puur in de natuur: naturisme toen en nu, uitgeverij Ankh-Hermes (ISBN 90 202 4747 6) (1987)
  • Archief Amsterdamse Lichtbond